Casus uit de praktijk
Gesprek 2: twee persona's die elkaar in stand houden
Toen Kees en Truus mijn praktijk binnenkwamen, voelde ik direct dat er meer speelde dan een relatiecrisis.
Plan een vrijblijvende intakeDe eerste ontmoeting
Zij vertelden dat ze nog wel van elkaar hielden, maar dat de relatie eigenlijk al jaren niet meer leefde. Er was meerdere keren gesproken over een scheiding, maar geen van beiden durfde de definitieve stap te zetten. Terwijl ik naar hen luisterde, ontstond direct een vraag in mij: houden zij werkelijk nog van elkaar, of houden twee persona's elkaar in stand? Was er nog sprake van een levende ontmoeting tussen twee mensen, of waren zij vooral verbonden door gewoonte, angst voor verlies, loyaliteit en wederzijdse afhankelijkheid?
Vanuit Jungs visie op de persona vroeg ik mij af of zij elkaar nog werkelijk ontmoetten vanuit hun authentieke Zelf, of dat zij vooral vasthielden aan de rollen die zij in de loop der jaren hadden ontwikkeld. Die vraag werd gedurende het hele begeleidingstraject de onderstroom van mijn therapeutisch handelen. Ik besloot daarom niet uit te gaan van het verhaal dat zij vertelden, maar nieuwsgierig te blijven naar wat zich onder hun woorden, gedrag en patronen afspeelde. Nog voordat zij gingen zitten, viel hun non-verbale presentatie mij op.
Kees straalde succes uit. Alles aan hem ademde status: zijn horloge, kleding, auto en verzorgde uiterlijk. Zijn houding was stevig, maar ik kreeg direct het beeld van iemand die vooral vanuit zijn hoofd leefde. Zijn denken leek los te staan van zijn gevoel.
Truus maakte een heel andere indruk. Zij was verzorgd, slank en netjes opgemaakt, maar energetisch bijna onzichtbaar. Ze leek niet als zelfstandige vrouw aanwezig, maar vooral als de vrouw die "bij Kees hoorde". Haar eigen identiteit leek ondergeschikt geworden aan de relatie. Tijdens de intake vertelde Kees dat hij behoefte had aan een open relatie. Op dat moment zag ik Truus letterlijk blokkeren. Achter haar reactie voelde ik geen boosheid, maar een diepe angst om verlaten te worden.
Mijn eerste hypothese was dat hier niet in de eerste plaats sprake was van communicatieproblemen, maar van twee mensen die ieder vanuit hun eigen overlevingsstrategie leefden. Kees beschermde zichzelf door autonomie, controle en afstand. Truus beschermde zichzelf door zich vast te klampen aan de relatie uit angst verlaten te worden.
Vertragen: eerst het lichaam, dan het verhaal
Voordat ik inhoudelijk met hen verder ging, nam ik bewust even afstand. Ik liep mijn praktijkruimte uit om stil te worden en te voelen wat deze ontmoeting bij mij opriep. Ik twijfelde over de ingang van de begeleiding. Begin ik bij hun geschiedenis of werk ik vanuit het hier en nu? Ik koos bewust voor het hier en nu. Ik nodigde hen uit om samen dertig minuten op blote voeten door de tuin te lopen, die direct aan mijn praktijk grenst. Zonder telefoons, zonder opdracht om iets op te lossen. Alleen aanwezig zijn met zichzelf en met elkaar.
Aan hun gezichten zag ik direct de verbazing. Hun eerste blik leek te zeggen: "Dit is vreemd." Juist die reactie bevestigde mijn vermoeden dat beiden vooral gewend waren vanuit controle en cognitie te leven. Toen zij terugkwamen, liet ik eerst een stilte vallen. Daarna vroeg ik hen afzonderlijk op te schrijven: Wat heb je gevoeld? Wat heb je geroken? Wat heb je gehoord? Welke gedachten kwamen er in je op? Wat gebeurde er in je lichaam? Vanuit Jung is dit een manier om het ego even naar de achtergrond te laten verdwijnen en contact te maken met de directe ervaring. Zolang mensen uitsluitend vanuit hun verhaal blijven spreken, blijven zij vaak gevangen in hun persona.
Door eerst terug te keren naar het lichaam en de zintuigen ontstaat ruimte voor datgene wat zich onder de persona bevindt. In de daaropvolgende sessies koos ik ervoor niet direct de conflicten centraal te stellen, maar de verbinding tussen hen opnieuw tot leven te brengen. Ik liet hen tegenover elkaar plaatsnemen op een bank. Niet om moeilijke gesprekken te voeren, maar om elkaar werkelijk te ontmoeten. Ik nodigde hen uit elkaar voorzichtig aan te raken. Deze oefening noem ik het 'wakker kussen'. Niet omdat aanraken het doel is, maar omdat lichamelijk contact vaak de eerste taal is die verdwijnt wanneer partners jarenlang vanuit overlevingsmechanismen leven.
De eerste keren voelde dit ongemakkelijk. Kees bleef analyseren en uitleggen. Truus zocht voortdurend bevestiging en was bang iets verkeerd te doen. Hun oude patronen werden zichtbaar zonder dat ik ze hoefde te benoemen. Pas tijdens de vierde ontmoeting veranderde er iets wezenlijks. Er viel een stilte waarin beiden elkaar werkelijk aankeken. Vervolgens zei één van hen: "We komen er eigenlijk achter dat we elkaar al jaren niet meer echt hebben ontmoet."
Het kantelpunt: van hoofd naar voelen
Voor mij was dat het kantelpunt van de begeleiding. Vanaf dat moment voelde ik dat er voldoende veiligheid was ontstaan om een laag dieper te gaan. Nu pas ben ik met hen het familiesysteem gaan onderzoeken. Achteraf ben ik blij dat ik daarmee gewacht heb. Zolang mensen volledig vanuit hun beschermingsmechanismen reageren, blijven systemische inzichten vaak hangen in het hoofd. Nu konden zij hun geschiedenis niet alleen begrijpen, maar ook voelen.
Bij Kees werd zichtbaar dat succes, controle en onafhankelijkheid al vroeg noodzakelijke overlevingsstrategieën waren geworden. Zijn verlangen naar vrijheid bleek uiteindelijk minder over seksualiteit of een open relatie te gaan dan over zijn angst om werkelijk afhankelijk en kwetsbaar te zijn. Bij Truus werd duidelijk hoe diep haar verlatingsangst geworteld was in haar gezin van herkomst. Zij had geleerd haar eigen identiteit ondergeschikt te maken aan de relatie. Haar veiligheid lag volledig buiten zichzelf. Vanuit Jung zag ik hoe twee persona's jarenlang met elkaar verbonden waren geweest, terwijl de onderliggende schaduw onzichtbaar bleef.
Pas toen beiden verantwoordelijkheid gingen nemen voor hun eigen geschiedenis, ontstond ruimte voor individuatie. Niet langer de ander verantwoordelijk maken voor het eigen gemis, maar zelf eigenaar worden van het eigen leven. De begeleiding kreeg daarna een ander karakter. We werken inmiddels vooral aan de dagelijkse communicatie. Niet meer vanuit verwijten of oude pijn, maar vanuit nieuwsgierigheid. De grote thema's zijn besproken; nu gaat het over hoe zij elkaar iedere dag opnieuw kunnen ontmoeten. Een uitspraak van Kees raakte mij bijzonder: "Ik begin Truus eigenlijk weer leuk te vinden." Voor buitenstaanders lijkt dat misschien een eenvoudige opmerking, maar voor mij markeerde het een fundamentele verschuiving. Hij keek niet langer alleen naar haar gedrag of naar alles wat hem irriteerde. Hij begon de vrouw achter haar beschermingsmechanismen weer te zien. Ook Truus veranderde zichtbaar. Zij reageert minder vanuit haar angst om verlaten te worden. Ze spreekt haar behoeften duidelijker uit en blijft meer bij zichzelf. Daardoor hoeft Kees zich minder terug te trekken en ontstaat er een nieuwe vorm van verbinding.
Ik omschrijf hun relatie daarom als het voorjaar. Na een lange winter van verwijdering ontstaan weer nieuwe knoppen. Er is opnieuw nieuwsgierigheid, zachtheid, humor en hoop. Niet omdat alle problemen verdwenen zijn, maar omdat zij elkaar opnieuw leren ontmoeten als twee mensen in plaats van twee overlevingsmechanismen.
Van winter naar voorjaar
Een belangrijk teken van hun motivatie is dat zij zich hebben aangemeld voor een relatieretraite in september. Dat zie ik niet als het eindpunt van hun proces, maar als een bewuste keuze om te blijven investeren in hun relatie en in hun persoonlijke ontwikkeling. Waar zij de eerste sessie binnenkwamen met de gedachte dat scheiden misschien de enige oplossing was, kiezen zij nu samen voor verdere verdieping. Deze casus heeft mij opnieuw geleerd hoe belangrijk timing is in begeleiding. Mijn eerste impuls was om snel systemisch te werken, maar intuïtief voelde ik dat de basis daarvoor nog ontbrak.
Door eerst veiligheid, vertraging, lichaamsbewustzijn en werkelijk contact te laten ontstaan, konden de systemische interventies later veel dieper landen. Ik heb ervaren dat duurzame verandering niet begint met inzicht, maar met ontmoeting. Pas wanneer mensen zich veilig genoeg voelen om hun persona los te laten, ontstaat ruimte voor de ontmoeting met zichzelf én met de ander. Juist daarin herken ik de essentie van Jungs individuatieproces.
Een relatie verandert niet doordat partners elkaar proberen te veranderen, maar doordat ieder bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen innerlijke ontwikkeling. Terugkijkend zie ik dat ik in deze begeleiding niet alleen een relatie heb begeleid, maar twee mensen heb geholpen opnieuw contact te maken met hun authentieke Zelf. Van daaruit kon ook de relatie weer gaan leven. Dat is voor mij de essentie van relationeel werk: niet het redden van een relatie, maar het begeleiden van mensen naar een ontmoeting waarin liefde weer kan ontstaan. Dat Kees vandaag zegt: "Ik begin Truus eigenlijk weer leuk te vinden," en dat zij samen kiezen voor een relatieretraite, ervaar ik als een bevestiging dat hun relatie zich niet langer in de winter bevindt, maar in het voorjaar. De eerste nieuwe bladeren zijn zichtbaar; nu is het aan hen om deze groei met aandacht, bewustzijn en verantwoordelijkheid verder te voeden.
Deze casus raakte direct aan mijn eigen levensthema: de weg van overleven naar leven. Juist omdat ik zelf heb ervaren hoe een overlevingspersona jarenlang je leven kan sturen, herken ik hoe mensen zich kunnen identificeren met hun verhaal. Dat bewustzijn hielp mij om niet in hun verhaal mee te gaan, maar steeds te zoeken naar de mens achter het verhaal. Daardoor werd mijn begeleiding niet gericht op symptoombestrijding, maar op het hervinden van het authentieke Zelf.
Conclusie: mijn reis als begeleider
Deze casus heeft mij opnieuw laten ervaren dat mijn werk uiteindelijk niet over relaties gaat, maar over bewustwording. Toen Kees en Truus mijn praktijk binnenkwamen, leek de hulpvraag eenvoudig: een relatie die vastgelopen was en mogelijk op een scheiding afstevende. Maar al tijdens de eerste ontmoeting voelde ik dat de werkelijke vraag veel dieper lag. Niet hun conflicten vroegen om aandacht, maar de mens achter de conflicten. Terugkijkend besef ik dat ook mijn eigen manier van begeleiden zich de afgelopen jaren fundamenteel heeft ontwikkeld. Vroeger zou ik waarschijnlijk eerder zijn begonnen met communicatieoefeningen, systemische analyses of het zoeken naar oplossingen voor hun relatieproblemen. Inmiddels weet ik dat echte verandering niet ontstaat doordat mensen beter leren praten, maar doordat zij zichzelf leren ontmoeten.
Juist daarom koos ik ervoor om niet direct hun geschiedenis te onderzoeken. Mijn intuïtie vertelde mij dat hun zenuwstelsel nog volledig in de overlevingsstand stond. Wanneer mensen zich onveilig voelen, luisteren zij wel, maar kunnen zij niet werkelijk ontvangen. Eerst moest er vertraging komen. Eerst moest het lichaam tot rust komen. Eerst moest er weer contact ontstaan met voelen, voordat inzicht betekenis kon krijgen.
Dat is misschien wel de belangrijkste professionele ontwikkeling die deze casus mij opnieuw heeft bevestigd: ik vertrouw steeds meer op mijn intuïtie. Niet als tegenstelling van kennis, maar als een vorm van diep weten die ontstaat door jarenlange ervaring, zelfonderzoek en aanwezigheid. Jung noemt dit het luisteren naar datgene wat zich aandient vanuit het onbewuste. Ik hoef niet alles direct te begrijpen. Soms is het belangrijker om aanwezig te blijven bij wat zich wil ontvouwen.
Deze casus liet mij ook opnieuw zien hoe gemakkelijk begeleiders kunnen worden verleid om de relatie te willen redden. Ook ik voelde in het begin de neiging om oplossingen aan te dragen. Maar gaandeweg werd duidelijk dat mijn taak niet was om hun huwelijk te redden. Mijn verantwoordelijkheid lag ergens anders: een veilige ruimte creëren waarin beiden zichzelf weer konden ontmoeten. Dat besef bracht mij terug naar mijn eigen levensweg.
Mijn eigen levensweg
Ook ik heb jarenlang vanuit mijn persona geleefd. De sterke vrouw. De ondernemer. De coach. Degene die altijd doorging en voor iedereen klaarstond. Pas toen mijn eigen leven stilviel, ontdekte ik hoeveel van mijn gedrag voortkwam uit oude overlevingsstrategieën. Ik leerde dat echte verandering niet ontstaat door harder te werken of meer controle uit te oefenen, maar door de moed te ontwikkelen mijn eigen schaduw onder ogen te zien.
Juist doordat ik die weg zelf ben gegaan, herken ik tegenwoordig sneller wanneer cliënten vanuit hun persona spreken. Ik luister niet alleen naar hun woorden, maar ook naar hun lichaam, hun stiltes, hun emoties en hun herhalende patronen. Achter ieder verhaal probeer ik de vraag te horen die nog niet wordt uitgesproken.
Deze casus bevestigde voor mij dat een relatie één van de krachtigste spiegels is voor persoonlijke ontwikkeling. Partners brengen niet alleen liefde in elkaars leven, maar confronteren elkaar ook met alles wat nog onbewust is. Dat maakt relaties soms pijnlijk, maar juist daarin schuilt hun ontwikkelingskracht. De ander veroorzaakt onze pijn meestal niet; de ander maakt zichtbaar waar wij zelf nog mogen groeien.
Ik realiseer mij daardoor steeds sterker dat mijn werk niet bestaat uit het begeleiden van relaties, maar uit het begeleiden van individuatie. Wanneer mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen projecties, hun eigen schaduw en hun eigen geschiedenis, verandert de relatie vaak vanzelf. Niet omdat de ander verandert, maar omdat twee bewustere mensen elkaar opnieuw kunnen ontmoeten.
Mijn persoonlijke reis en mijn professionele ontwikkeling zijn daarin steeds meer samengekomen. Mijn eigen weg van overleven naar leven vormt niet langer een privéverhaal naast mijn werk; zij is het fundament geworden van mijn manier van begeleiden. Juist doordat ik weet hoe het voelt om vanuit een overlevingspersona te leven, herken ik wanneer anderen daar ook in vastzitten. En juist doordat ik heb ervaren dat bewustwording vrijheid geeft, durf ik cliënten uit te nodigen dezelfde weg te gaan.
Daarom zie ik deze casus niet alleen als een begeleidingstraject van Kees en Truus, maar ook als een bevestiging van mijn eigen professionele identiteit.
Meer zichzelf worden
"Ik begeleid mensen niet om betere partners te worden. Ik begeleid mensen om meer zichzelf te worden."
Want wanneer twee mensen zichzelf werkelijk ontmoeten, ontstaat er vanzelf een andere relatie.
Dat is voor mij de diepste betekenis van Jungs individuatieproces én de essentie van mijn eigen missie: mensen begeleiden van overleven naar leven, van persona naar Zelf, zodat niet alleen hun relatie verandert, maar hun hele manier van in het leven staan.
Herken je dit in jullie relatie?
Een sterke relatie begint niet met het veranderen van je partner, maar met het begrijpen van jezelf. Plan een vrijblijvende intake.
Plan een vrijblijvende intake